De Lille Balie

Geschiedenis van de balie

Van de oprichting tot de Franse Revolutie:

Advocaten in Rijsel vanaf de elfde eeuw

Er waren advocaten in Rijsel vanaf de elfde eeuw. In de eeuw daarna of misschien in het prille begin van de dertiende eeuw wordt de Echevinage (schepenrechtbank) opgericht, die bestaat uit magistraten en verkozenen die als taak hebben de stad te besturen en recht te spreken. In 1235 ontvangt de Echevinage haar handvest uit handen van gravin Johanna en groeit ze uit tot de grootste rechtbank van Rijsel qua aantal betwiste zaken.

1715: begin van de onafhankelijkheid van de balie

In 1715 verleent het Parlement van Vlaanderen (het hoogste gerechtshof) dat in Dowaai zetelt (nadat het eerst in Doornik en daarna in Kamerijk was gevestigd) de "advocatengemeenschap" het recht om een deken of voorzitter te kiezen, die elk jaar het tableau van de ingeschrevenen moet opstellen, evenals het recht om een reglement op te stellen en om disciplinaire straffen uit te spreken.

Dat is het begin van de onafhankelijkheid van de balie. De advocaten die in Rijsel hun beroep willen uitoefenen, leggen de eed af voor het Parlement en melden zich dan aan bij de Gouvernance, de koninklijke rechtbank in Rijsel, om zich op het tableau te laten inschrijven. Dat is toch de regel ... die wel niet altijd wordt nageleefd. Een tijd lang hebben de advocaten in Rijsel de mogelijkheid om zich op twee tableaus te laten inschrijven, in Dowaai en in Rijsel, maar in 1824 verbiedt de Cour d'appel (nieuwe naam van het vroegere Parlement) deze praktijk. In 1789 staan er in Rijsel 44 namen op het tableau van advocaten.

Tijdens de Revolutie en het Consulaat

Dit tijdperk wordt gekenmerkt door:

  • De vernieling van belangrijke bouwwerken; 
  • De scheiding van de administratieve en gerechtelijke functies en de oprichting van nieuwe rechtbanken 

Van keizerrijk tot keizerrijk

Na het herstel van de balie in 1810 wordt in 1839 een Justitiepaleis opgericht aan de quai de la Basse-Deûle, daar waar zich vroeger het château de la Salle en de kapittelkerk St-Pierre bevonden.

Van 1871 tot 1945

Toetreding van vrouwen tot het beroep van advocaat:

Op 2 februari 1914 legt juffrouw Demarez de eed af voor het hof van beroep in Dowaai.
Maar door de "grote oorlog" kort daarna werd er geen spoor meer van haar teruggevonden op het tableau van de balies in het ambtsgebied van het hof van beroep.
Het is dus pas na de vijandelijkheden, op 17 november 1920, dat er opnieuw een vrouw opduikt, namelijk Adrienne Gobert ... maar zij zal haar beroep echter nooit uitoefenen.
Zo komt het dat de Rijselaars Marie-Louise Vautrin als hun eerste vrouwelijke collega beschouwen. Zij huwt enkele jaren na haar inschrijving met een confrater en wordt mevrouw Kah.

De Eerste Wereldoorlog heeft een grote impact op de balie in Rijsel:

Er is bijna geen gerechtelijke activiteit.
In 1921 was de balie bijna heropgebouwd en waren er 116 advocaten, waaronder 36 stagiairs, tegenover 136 in 1912.

De Tweede Wereldoorlog:

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden heel wat advocaten opgeroepen voor het leger en later gevangengenomen.

Vanaf 1945 of vijftig jaar veranderingen

Op het ritme van de hervormingen ontstaat een nieuw beroep:
Verlenging van de universitaire studies (de master van 4 jaar komt in de plaats van de licentie van 3 jaar), verplicht "certificat d'aptitude à la profession d'avocat", oprichting van een school voor leerling-advocaten en een beroepsopleidingscentrum in het kader van de rechtsfaculteit in Rijsel.

Ontstaan van specialiteiten.

1971: Samenvoeging van het beroep van advocaat, procureur en gevolmachtigde

1991: Samenvoeging met de juridische raadgevers: 99 schrijven zich in aan de balie van Rijsel.
Dat er maatschappen naar Frans recht komen, bevordert enerzijds het werken in groep en anderzijds de patrimonialisering van de advocatenkantoren.

De balie verlaat het justitiepaleis

De balie in Rijsel neemt de nodige maatregelen om in te spelen op de almaar grotere nood aan "communicatie" en om aan te tonen dat de advocaat niet alleen een pleiter is. In 1982 wordt een advocatenhuis in de rue d'Angleterre gekocht en na de noodzakelijke verbouwingen ingehuldigd in 1984.

In 1989 wordt een arbitraal hof opgericht, CAREN, met de medewerking van de kamers van koophandel en andere beroepen.

In 1995 richt de balie in Rijsel, in samenwerking met de kamers van koophandel en alle andere beroepsorganisaties op het gebied van recht en boekhouding een vereniging op, Lille Place Juridique, dat de juridische bekwaamheden in de regio moet bevorderen om de uitstraling op Europees niveau te versterken.

Een nieuw justitiepaleis

Vanaf 1960 wordt een nieuw justitiepaleis opgericht, op de plaats van het paleis van 1839, dat gewoonweg wordt afgebroken, samen met de vier vroegere gevangenissen errond (die niet meer werden gebruikt). Pas in januari 1969 konden de nieuwe gebouwen in gebruik worden genomen.